De Stichting Visserij Historie Middelharnis (SVHM) heeft als doel de geschiedenis van de visserij van Middelharnis te onderzoeken, te bewaren en uit te dragen. Het bezit en beheer van het schip dekt de doelstellingen. De SVHM kan de MD3 in eigendom verkrijgen van de huidige eigenaar. Dit vissersschip is het laatste vissersvaartuig, dat vanuit Middelharnis
actief gevist heeft.

De “schokker” MD3 viste vanaf 1956 tot 1968 op het Haringvliet vanuit Middelharnis. De MD3 is destijds eigendom geweest (1956-1970) van de familie Groen. Het schip werd in 1970 verkocht. De huidige eigenaar heeft het schip 50 jaar in zijn bezit gehad. Met de aankoop en de eerste kosten is een bedrag gemoeid van € 64.000. Doel is om de aankoop van de MD3 en daarbij de eerste kosten komend jaar en het jaar daarna te dekken met de verkoop van zogenaamde “Scheepsparten” zoals in het verleden in Middelharnis gebruikelijk was. Hier is de belangrijkste informatie daarover samengevat. U bent van harte welkom en u kunt een scheepspart afnemen van € 500, daarmee wordt u “ondersteunend eigenaar” als zijnde een “Founding Father” van de MD3 die de koop van de MD3 mogelijk heeft gemaakt. Zoals vroeger gebruikelijk was bij de verkoop van de parten kon de “partenhouder” zich reder noemen.

BESTEL HIER UW SCHEEPSPART
Wordt Founding Father

Download Brochure

Hoofdstuk 1: Aankoop MD3

Voor de aanschaf van de MD3 zal in totaal een kapitaal van € 64.000 bijeen dienen te worden gebracht. Doel is om dit met (maximaal) 128 deelnemers te realiseren. We zijn hiermee in staat om de eerste kosten gemoeid met de aankoop, zoals notaris, verzekering, havengelden en transport van Enkhuizen naar Middelharnis te kunnen dekken.

Ons leek een financieringsvorm zoals vroeger in Middelharnis werd gehanteerd; “de partenrederij” een goede en charmante vorm, die appelleert aan het verleden. Op deze wijze hopen we ook door een groot aantal deelnemers draagvlak te creëren in Middelharnis en omstreken en om als SVHM onafhankelijk te kunnen zijn voor wat betreft eigendom en gebruik.

Dit schip, de MD3, is een varend monument uit 1883 en is in grote mate nog origineel en in een redelijke conditie. In 1956 heeft de familie Groen dit schip gekocht en heeft er mee op het Haringvliet gevist tot 1968. Met de afsluiting van het Haringvliet kwam er een einde aan de kuilvisserij door het wegvallen van eb- en vloedstroom. Het schip heeft in deze periode gevaren met het visserijkenmerk MD3. In 1970 is het schip verkocht aan de heer Henk Hortentius. Deze heeft de naam MD3 behouden en heeft ermee gecharterd tot 2019. De heer Hortentius is op leeftijd en heeft gezondheidsproblemen en kan niet meer zelfstandig varen en het schip ligt nu in Enkhuizen.

De heer Hortensius ziet als ultiem doel het schip terug te brengen naar Middelharnis. De heer Han van den Nieuwendijk van de Flakkeesche Bazar heeft als varensgezel nog enkele jaren gevist met de familie Groen. Na de verkoop in 1970 heeft de heer Van den Nieuwendijk contact gehouden met Hortentius.

Figuur 3 - Henk Hortensius

Figuur 3 – Henk Hortensius

Uit deze contacten is de informatie over de verkoop bij de SVHM terecht gekomen. Dit betekent dat er nu een unieke mogelijkheid is om dit varend monument te behouden en terug te brengen naar Middelharnis. In het plan “Behoud MD3” is beschreven hoe het schip verworven kan worden en behouden kan blijven voor Middelharnis.

De doelstelling van de SVHM dekt het behoud en beheer van dit grote artefact en dit betekent een grote verrijking voor Middelharnis en zijn visserij historie. De MD3 is een varend monument en er is een kans dit schip te verwerven. Het beheer en eigendom past binnen de doelstelling van de SVHM.

Om het schip te beheren zal een jaarlijks budget nodig zijn. Het schip dient onderhouden te worden, verzekerd te zijn en een ligplaats te hebben. Er is een plan opgesteld voor de aanschaf, het onderhoud en de restauratie van het schip. Voor dit soort projecten is de invulling van het financiële plaatje van groot belang.

Er zullen fondsen en andere inkomsten gegenereerd dienen te worden om de kosten voor een langere periode zeker te stellen.

Kansen zijn: Het behoud varend erfgoed en het levend houden van de vroegere visserij van Middelharnis.
Bedreigingen zijn: De financiële waarborging over een langere periode voor dit project.

Binnen de SVHM is ervaring met het financieren van diverse soorten niet commerciële onroerend goed projecten. Hierop voortbordurend zijn plannen opgesteld voor de financiering MD3.

Het schip is geregistreerd bij het kadaster onder brandmerk “15298 Z Rott 1978”. Daardoor kan er ook een hypotheek op het schip worden genomen. Het schip is eind augustus 2021 gedokt geweest bij de werf Stofberg te Enkhuizen. Het schip is geïnspecteerd door een delegatie van het bestuur van SVHM. De conditie werd in overleg met de heer Stofberg, eigenaar van de werf, als voldoende beschouwd.

Hoofdstuk 2: Financiën MD3 en jaarlijkse kosten

De voormalige eigenaar Henk Hortensius zijn grote wens verwezenlijkt door het schip de MD3 terug te leveren aan haar oude thuishaven Middelharnis. Destijds in 1970 kocht Henk de MD3 van de familie Groen.

De aankoop en de eerste kosten beramen € 64.000.

Na aanschaf zal er in ieder geval sprake zijn van jaarlijkse vaste kosten:
Eenmalige kosten: € 950,00

Jaarlijkse kosten:
Verzekeringskosten € 950,00
Onderhoudskosten € 3.000,00
Liggeld € 900,00
Kosten vrijwilligers € 2.000,00
Reserve/onvoorzien € 3.700,00
Totaal 1e jaar € 11.500,00

Deze kosten worden voor het eerste jaar betaald uit de totale som van de “Scheepsparten”.

Kosten op lange termijn:
Om het schip op termijn in goede/perfecte staat te krijgen en te houden is nog een substantieel bedrag nodig. Om de discussie over de technische staat niet te voeren en taxatiekosten te vermijden, is het voorstel om alles wat twijfelachtig is op termijn te vervangen. Een belangrijke reductie van kosten is te realiseren door al het houtwerk in eigen beheer uit te voeren. Dit kan met behulp van vrijwilligers of mogelijk eveneens met een opleidingstraject voor scholieren (Beroepscampus).

We zullen voor de planning restauratie een “Restauratieplan” opstellen.

1 De restauratiekosten zijn verder gespecifieerd in bijlage 3

Hoofdstuk 3: Fiscaliteit

Doordat u een bedrag schenkt aan de SVHM kunt u een extra aftrek creëren vanwege de Culturele ANBI-status. Zie hiervoor de toelichting in Bijlage V. Het bedrag voor de aankoop van een scheepspart of scheepsparten is niet fiscaal aftrekbaar volgens de geldende regels bij de belasting, doch het te schenken bedrag is wel aftrekbaar. Met de te schenken bedragen in geld kan de aankoop gefinancierd worden. Schenkingen zijn giften waar geen tegenprestatie tegen over mag staan. Met de aankoop van een of meer parten kan de aankoop eveneens gefinancierd worden. In dat geval is een part een belegging met weinig of geen rendement.

De scheepsparten zijn overdraagbaar. De overdracht dient vooraf goedgekeurd te worden door de “Boekhouder”. Het bestuur houdt als “Boekhouder” een register bij van de “Scheepsparten houders”. De Stichting Visserij Historie Middelharnis staat niet in voor de waarde van het certificaat

1. Zeggenschap houders “Scheepspart(en)”
De zeggenschap over het beheer, behoud en gebruik van de MD3 ligt volledig bij de “Boekhouder” in casu de SVHM.
Zie bijlage 1 met uitleg over de partenrederij in het (verre) verleden.

2. Kansen en bedreigingen
De cultuurhistorische waarde MD3 voor Middelharnis:
Middelharnis was sinds het ontstaan in de 16e eeuw altijd een belangrijke vissersplaats. Met de beug werd op zee gevist op onder andere kabeljauw en schelvis. Eerst met gaffelschuiten, later in de 19e eeuw met de zogenaamde “beugsloepen”. In Middelharnis werden naast de beugvisserij ook de haringvisserij en de kuilvisserij uitgeoefend. De kuilvisserij werd vanuit Middelharnis voornamelijk uitgeoefend op het Haringvliet. Daar werden meest andere scheepstypen voor gebruikt als aak, hoogaars en blazer.

3. Raadpleeg uw belastingadviseur
Raadpleeg uw belastingadviseur om de juiste keuze te maken bij het doen van een schenking en zo een zo optimaal mogelijk fiscaal resultaat te behalen. Zie voor verdere details Bijlage 5.

Hoofdstuk 4: Cultuur historische waarde bepaling

De cultuurhistorische waarde betreft het verleden en kan worden uitgedrukt in culturele biografie, representatiewaarde, zeldzaamheid, authenticiteit, ensemblewaarde, contextwaarde en informatiewaarde. Voor een actuele waardering volgens het WSK (Waarde Stellend Kader) is er nu nog onvoldoende
informatie beschikbaar. Een aantal belangrijke kenmerken kunnen wel aangegeven worden.

Een culturele biografie verwijst naar de veelheid aan betekenissen en betekenislagen van een object in de historische context van de Nederlandse mobiliteitsgeschiedenis en de algemeen-maatschappelijke geschiedenis die daarmee samenhangt. Dat is belangrijk, want het is die maatschappelijke context die het object pas werkelijk zijn historische betekenis geeft. Dit zal later opgesteld dienen te worden.

Origine
In dit verband is het allereerst van belang of het object voor de Nederlandse mobiliteitsgeschiedenis relevant is: is het object in Nederland gebruikt, geproduceerd en/of ontworpen? Alleen dan kan de Nederlandse geschiedenis als maatschappelijke context worden gezien. Dat is hier duidelijk het geval.

Zeldzaamheid
Er zijn bij de werf Smit 4 schokkers gebouwd voor Defensie. Alle vier de schepen bestaan nog. Naar gevonden informatie varen er momenteel nog drie. De “Witte Oliphant” is verbouwd tot jacht. De ander is de KL26 die ook als charterschip is ingericht. Doel zou kunnen zijn om de functie visserij voor de MD3 zover als mogelijk weer terug te brengen. In dat geval spreken we van een uniek exemplaar.

Authenticiteit
Geen van de overgebleven torpedistenschokkers is nog in de originele uitvoering. Rond 1922/1923 zijn er twee verkocht naar de Klundert om voor de
kuilvisserij ingezet te worden. Deze schepen zijn voorzien van een bun. De laatste twee hebben dienst gedaan tot WOII en zijn na 1945 verkocht voor de visserij. Het enige wat authentiek is, is de romp met zijn karakteristieke stevenbalk met snoes, rondbodem, roer, zwaarden, dekopbouw, mast, lopend en staand want, zeilen en rondhouten.

Ensemble waarde
De combinatie van de oude haven van Middelharnis met het laatste visserschip de MD3 vormen een
ensemble.

Contextwaarde
De MD3 heeft 12 jaar gevist vanuit Middelharnis. De zeevisserij was in 1923 gestopt en na de Deltawerken is de kuilvisserij gestopt in 1968. Het schip heeft dus in de afsluitende periode in de visserij een heel groot hoofdstuk afgerond voor Middelharnis.

Informatiewaarde
Voor de gemeente en bewoners is er de gelegenheid kennis te nemen van de visserij van de MD3. Er kan veel worden verteld en informatie overgedragen. Er is nog een oud opvarende in leven, die kan helpen de informatie samen te stellen. De cultureel historische waardering dient ter zijner tijd door een specialist nader ingevuld te worden. Deze waardering zal nodig zijn bij aanvragen van “grotere” subsidieaanvragen.

Hoofdstuk 5: Doel gebruik MD3

Met het verwerven van de MD3 hebben we een compleet schip, een monument. De Stichting Visserij Historie wil de MD3 niet stil aan de kade laten liggen. Het is de bedoeling met de schokker te gaan varen. Onderweg kunnen gasten van alles te weten komen over oude visserijmethoden. We zijn in staat om een deel van de visserij historie van Middelharnis te kunnen presenteren.

Het doel voor het gebruik is drieledig:

  1. met gasten en/of sponsoren te varen om een jaarlijkse vaste geldstroom op gang te krijgen om de restauratie op gang te houden.
  2. om de jaarlijkse kosten van minimaal € 11.500,00 (peildatum 2022) te dekken.

Partijen die door het bestuur uitgenodigd zijn, kunnen meevaren. Het schip zal bemand worden door
vrijwilligers. Dagtochten of tochten voor meerdere dagen kunnen afgesproken worden. Het gebruik van de MD3 is niet op commerciële basis gebaseerd.

We maken een sprong in het onbekende met de aanschaf van de MD3. We zullen ons moeten laten leiden door pragmatisch te handelen. Dit in het licht van de oude schipperswijsheid:

“Vaar liever met een overtuigde schipper, dan met een overtuigd schip”

Hoofdstuk 6: Beschrijving van de MD3

Volgens tekening staat de torpedistenschokker met bouwjaar 1883 als nummer 1 gekenmerkt. De schokker, gebouwd in 1882, staat gekenmerkt als nummer 2. Dit heeft te maken met de nummering bij het Korps Torpedisten. In 1882 was er nog een houten schokker met nummer TD 1. De schokker met bouwjaar 1883 kwam hiervoor in de plaats.

Tijdlijn:
1883 Gebouwd bij de werf J. & K. Smit in Kinderdijk voor het Korps der Torpedisten, als 2de van 4 “Torpedistenschokkers”, respectievelijk gebouwd in 1882, 1883 (huidige MD3), 1891 en 1908.
Naam: Grijze Zeehond
Tot in de eerste twee decennia van de 20e eeuw in gebruik bij het Korps Torpedisten in Brielle. Dit om onze zuidelijke zeegaten te beschermen. De torpedistenschokker werd gebruikt als
mijnenlegger en om deze met op afstand te bedienen mijnen te beschermen tegen eventueel
binnendringende vijandelijke schepen.

1922-1956 In gebruik voor de visserij op de Zuid-Hollandse en Zeeuwse Stromen en geregistreerd als KL6. Het droeg de naam Catharina Johanna. Het schip de KL6 lag in 1956 te koop in de Klundert.

1930 Het Korps van de Torpedisten wordt opgeheven. Het regiment gaat naar de Genie van de Landmacht. Aan het eind van de jaren dertig zouden er nog 2 schokkers in de dienst varen.

1953 Het oude schip van Groen, eveneens met visnummer MD3 lag tijdens de ramp 1 februari 1953 aan het havenhoofd. Het schip is waarschijnlijk op 2 februari door één van de schepen van de hulpvloot aangevaren. Het kapotte schip werd in oktober van het Rampjaar 1953 verkocht voor fl. 3.500,00. De schokker KL6 lag in 1956 te koop in de Klundert. Henk en Arend Groen kochten het schip en gingen er mee vissen met Middelharnis als thuishaven en met
visserijnummer MD3.

1956-1970 Arend Groen koopt de KL6 en krijgen het visserijnummer MD3. De naam van het schip werd Jo-An. Arend Groen viste ermee tot 1968. Door de afsluiting van het Haringvliet werd de ankerkuilvisserij onmogelijk. De MD3 stond te koop sinds 1968 en werd
in 1970 verkocht aan Henk Hortentius.

1970-2020 Henk Hortensius chartert met de naam MD3, vooral op het IJsselmeer.

2020 De MD3 zou te koop zijn volgens Han van den Nieuwendijk (Flakkeesche Bazar) die vroeger
heeft gevaren op de MD3 van familie Groen. Hij heeft altijd de contacten met Henk Hortensius warm gehouden.

2021 Koopovereenkomst
2022 Overdracht notaris Enkhuizen. Het is dan officieel eigendom van de SVHM.

Hoofdstuk 7: Scheepstype Torpedistenschokker ontwerp J. & K. Smit

Afmetingen MD3
Lengte over stevens: 17,5 meter
Breedte: 5,6 meter
Zeiloppervlak: 195 m2
Romp en dek: Staal
Vlak: Rondbodem
Mast: Hout
Tuigage: Gaffel met losse broek, fok en kluiver

Algemeen
Schokkers hadden en hebben nog steeds de roep van grote zeewaardigheid. De oorspronkelijke houten schokker, die waarschijnlijk al uit de Middeleeuwen Stamde, ontleende zijn naam volgens overlevering aan het eiland Schokland in de Zuiderzee; andere betwijfelen dat en wijzen er op dat het mogelijk gaat om de verbastering van het oude werkwoord “scholken” (stampen in zeegang). De schepen werden vooral bekend door hun constructie, de zware vallende stevenbalk met snoes en de kromme berentanden in het terugvallende boeisel.

Deze houten schepen waren oorspronkelijk 10 tot 15 meter lang. In afwijking van de meeste (Urker) schokkers hadden de “Torpedistenschokkers” geen plat vlak, maar een geheel ronde spantvorm, zoals die ook bij boeiers en lemsteraken wel voorkomt.

Het Korps Torpedisten, eerst onderdeel van de Artillerie en later van de Marine bestaat sinds 1930 niet meer in Brielle en Den Helder. De afdelingen Brielle en Den Helder gingen dicht. Het Korps ging na de WOII over naar de Genie. Twee ijzeren torpedistenschokkers zijn door Domeinen in Brielle verkocht en hebben na 1923 als ankerkuil¬schokker gevaren met KL visserijnummers.

De torpedistenschokkers kregen een bun toen ze werden ingezet voor de ankerkuilvisserij.

Ankerkuilvisserij
Bij de latere ankerkuilvissers die de Maas, Waal en Rijn opgingen lagen deze zaken anders. Er stond daar wel een stevige stroom, maar van zeegang was geen sprake. Deze zogenaamde “waalschokkers” werden alleen gebruikt op de rivieren. Deze schokkers, speciaal gebouwd voor de ankerkuilvisserij lagen meestal op een vaste plaats, konden niet zeilen en werden ook niet voorzien van een motor. Ze moesten blijven drijven en in staat zijn de kuil te houden.

Het tuig was dus uitsluitend bestemd om te vissen. De door de ankerkuilvissers gebruikte vaartuigen waren in het algemeen dus tweedehands schokkers, de vloot was afkomstig uit niet meer voor de zeevisserij geschikte Zuiderzee vaartuigen. Deze hadden al een bun om de vangst in leven te houden. De afmetingen zijn zeer verschillend, dat geldt ook voor de waarde van de schepen en voor de kwaliteit.

Voor de ankerkuilvisserij in Zuidwest-Nederland zal de zeewaardigheid een belangrijk criterium zijn geweest. Aan deze schepen die met de ankerkuil visten op Hollands Diep en Haringvliet werden zware eisen gesteld, om maar te zwijgen over de schepen die in de zeegaten lagen. De vissers moesten er twee of drie weken op kunnen wonen en in sterke stroom, wind en wild water met het zware tuig kunnen werken. Grote schokkers kwamen vooral voor in Urk. De bekende UK nummer 34 was 15,70 meter lang bij een breedte van 5,34 meter.

Bijlagen

Bijlage 1: Partenrederij

De zeevisserij zoals die in Middelharnis tot vroeg in de 19e eeuw werd bedreven was een kapitaalintensieve bedrijfstak, vooral gericht op de export naar Engeland en steden in de Zuidelijke Nederlanden als Antwerpen en Mechelen. Voor kleinschalige familiebedrijven was in deze branche geen plaats. De bouw van een gaffelschuit van twintig last, zoals ze tot ongeveer 1785 gebouwd werden, kostte minimaal fl. 8.000,00 inclusief ‘derzelver ankers, kabels, zeilen, touwen en verdere toebehoren’. De grotere schuiten die in de jaren daarna gebouwd werden, waren dertig last of meer en kostten nieuw fl. 12.000. Het benodigde kapitaal om een nieuwe schuit in de vaart te brengen kon alleen bij elkaar worden gebracht als er genoeg participanten waren die in de schuit wilden investeren.
Dit was tegelijk een belangrijk voordeel van de partenrederij: de risico’s waren over meer mensen en meer schepen gespreid. Voor inwoners van het dorp Middelharnis die enig vermogen hadden, bood de aankoop van ‘parten scheeps’ een goede investeringsmogelijkheid. Veel andere mogelijkheden waren er niet voor neringdoenden die wat geld overhadden, behalve de aankoop van huizen of het kopen van een part in een meestoof.

De partenrederij is al vanaf de vijftiende eeuw de meest voorkomende ondernemingsvorm in de zeevisserij. De reders van alle parten van een schip vormden gezamenlijk een rederij. De boekhouder was de spin in het web, hij voerde namens zijn ‘medereders’ de administratie van de uitgaven en ontvangsten van het schip. Helaas is er van deze administratie niets bewaard gebleven. In een studie naar de partenrederij in de visserij van Maassluis in de zeventiende eeuw is beschreven hoe deze bedrijfsvorm in de praktijk werkte.

Het aandeel dat een eigenaar in een schip had, bepaalde zijn bijdrage aan de kosten van het uitrusten van het schip voor elke nieuwe reis en voor de mate waarin hij of zij deelde in de opbrengst. Een nieuwe partenhouder werd gelijk vanaf het moment dat de transactie had plaatsgehad als scheepseigenaar beschouwd. Als het schip op dat moment op zee was, dan deelde hij/zij niet in de opbrengst omdat hij ook niet aan de kosten
van de reis had bijgedragen. De premie voor onderlinge verzekering moest hij wel afdragen, hij was dan ook gelijk verzekerd als het schip verloren ging of door kapers werd genomen werd. De afspraken tussen boekhouders, reders en stuurlieden werden in Maassluis vastgelegd in gedetailleerde ‘bent-contracten’.

Dergelijke documenten zijn uit Middelharnis niet bewaard. Van de visschuiten van Middelharnis is geen administratie overgeleverd, zodat er over het rendement van de investeringen geen gegevens zijn. Wel zijn talloze boedelinventarissen, transportakten en veilingbiljetten beschikbaar, waarin scheepsparten vermeld zijn. Voor de jaren 1782 en 1783 zijn zelfs uitzonderlijk veel bronnen voorhanden, die het mogelijk maken om een vrijwel compleet beeld te schetsen van de wereld van de partenrederij in Middelharnis en de rol van stuurlieden, boekhouders en reders in deze ondernemingsvorm. De gegevens van 25 van de circa 30 schuiten zijn in het
onderzoek betrokken.

Gemiddeld hadden de schuiten veertien aandeelhouders. Nieuwe schuiten werden door zes tot acht participanten gefinancierd. Doordat participanten overleden en de parten onder de erfgenamen werden verdeeld ontstond naarmate de tijd verstreek meer versnippering van de parten. De wat oudere gaffelvisschuit ‘De Liefde’ had bijvoorbeeld negentien participanten, het kleinste part van 1/32 was ongeveer fl. 40 waard. Uit het Brouwershaven van de zeventiende eeuw zijn voorbeelden bekend van reders die als voorwaarde voor de aankoop van een part contractueel vast lieten leggen, dat zij scheepsbenodigdheden mochten leveren. Het is zeer wel voorstelbaar dat partenreders in Middelharnis niet alleen investeerden om een winstuitkering als reder te krijgen, maar ook om hun eigen omzet als leverancier te vergroten.

Boekhouders: de boekhouders waren de spil in het rederijbedrijf. Ze vertegenwoordigden de reders, deden de inkoop en de administratie en namen de dagelijkse beslissingen. Voor dit werk zullen ze waarschijnlijk een vergoeding hebben gekregen. Ze namen de reders het werk uit handen, waardoor het investeren in scheepsparten niet ingewikkeld was.

Bijlage 2: Visserijkaart MD3

Opmerkingen bij deze kaart:

  • De opmaakdatum van deze kaart is 3 november 1964.
  • Als “Bouwjaar” is 1920 vermeld. Het schip is verkocht naar de Klundert 24 juli 1923 en als KL6 in de vaart gekomen. Op de kaart van de KL6 staat geen bouwjaar vermeld.
  • De overdracht naar Arend Groen 4 november 1956.
  • Ook de overdracht van 27 augustus 1970 naar J.W. Hortensius staat vermeld.
  • Het visserijkenmerk is voorzien van puntjes tussen de letters, spatie en puntje na het cijfer. Dit alles volgens de gewijzigde Visserijwet van 1883. Daarvoor stelden de gemeenten het visserijkenmerk vast.

Bijlage 3: Geplande onderhouds- en restauratiekosten

Volgens hoofdstuk 2 op pagina zijn de directe kosten na aanschaf aan gegeven. De kosten bedragen als volgt:

Aanloopkosten
Aanpassing veiligheid/interieur/reddingsmiddelen € 2.000,00
Transport Enkhuizen-Middelharnis € 500,00
Totaal € 2.500,00

Beheerskosten per jaar
Het beheer, onderhoud en varen met het schip zal met behulp van vrijwilligers uitgevoerd gaan worden. De jaarlijkse kosten worden berekend met wat bekend is per 24 december 2021. Er zal een plan komen om jaarlijks de benodigde gelden bij elkaar te krijgen. De jaarlijks geschatte kosten bedragen € 11.500,00. De kosten bestaan uit:

Eenmalige kosten € 950,00
Verzekeringskosten € 950,00
Onderhoudskosten € 3.000,00
Liggelden € 900,00
Kosten vrijwilligers € 2.000,00
Reservering/onvoorzien € 3.700,00
Totaal € 11.500,00

Uitgaande van een aankoopprijs van € 50.000,00.

Restauratie kosten
We hebben het schip enkele malen gezien en beoordeeld. De dikte romp is voor de verzekering in augustus opgemeten en is voldoende. De zeilen met staand en lopend, mast en rondhouten zijn bruikbaar, maar dienen op termijn
vervangen te worden.

Om de discussie over de technische staat niet te voeren, is het voorstel om alles wat twijfelachtig is te vervangen. De aanpassingen nieuw voor oud komen op een bedrag van rond de € 100.000. Het totale bedrag van de som, overname en noodzakelijke aanpassingen kom je op € 130.000 en < € 150.000.

De vervanging en of restauratie kan over een periode van 10 jaar uitgevoerd worden.

We zullen, als het schip in Middelharnis ligt. een precieze volgorde opstellen wat eerst vervangen dient te worden. Overleg met de verzekering is hier in leidend in verband met de veiligheidseisen.

We beschikken over een aantal originele tekeningen die gebruikt kunnen worden voor de restauratie

Vervanging oud voor nieuw over een periode van ca 10 jaar, geschatte prijzen bij een specialist +- € 100.000,00

Zwaarden € 15.000,00 – € 17.500,00
Roer, beslag en helmstok € 10.000,00
Mast met giek, gaffel en kluiverboom € 17.500,00
Lopend want, touwwerk, schoten, blokken en vallen € 5.000,00
Staand want, voorstag en zijstagen. € 500,00
Zeilen € 30.000,00 – € 35.000,00
Motor nalopen € 2.000,00
Dek repareren € 5.000,00 – € 10.000,00
Onvoorzien € 15.000,00
Totaal € 100.000,00 – € 112.500,00

De uitdaging ligt er daarin om over een af te stemmen periode het schip stap voor stap in goede en zo origineel mogelijk conditie te krijgen. Alle opties tot uitvoering, zie hoofdstuk 2, staan open.

2 Het restauratieplan zal met hulp van bestaande tekeningen meer in detail aangeven hoe een en ander er uit kan komen te zien

Bijlage 4: Scheepspart en de fiscus

Geefwet

Extra belastingvoordeel bij een schenking of donatie aan de Stichting Visserij Historie Middelharnis.
De Geefwet maakt uw schenking aan de Stichting Visserij Historie Middelharnis fiscaal aantrekkelijker. Om een beroep te doen op de voordelen van de Geefwet, gelden bepaalde criteria.

De Geefwet zorgt voor een extra stimulans in de giftenaftrek In de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting voor giften aan Culturele Algemene Nut Beogende Instellingen (ANBI). De Stichting Visserij Historie Middelharnis is zo’n Culturele ANBI. Dit gebeurt door de vermenigvuldigingsfactor (multiplier) van 1,25. Dit betekent dat het bedrag van de gift voor de berekening van de giftenaftrek wordt verhoogd met 25%

De voordelen van de Geefwet gelden voor alle belastingplichtigen. De hoogte van de giftenaftrek is echter afhankelijk van de hoogte van het inkomen, de hoogte van de gift en de vraag of het een
eenmalige of periodieke gift betreft.

Een periodieke gift is een gift in de vorm van vaste en gelijkmatige uitkeringen die eindigen uiterlijk bij overlijden. Een periodieke gift kan in een notariële akte worden vastgelegd of in een schriftelijke overeenkomst met de Stichting Visserij Historie Middelharnis. Een periodieke gift moet minimaal vijf jaar lopen. Indien dit het geval is, kan elke termijn worden afgetrokken van het jaar waarin de termijn vervalt. De volledige termijn is aftrekbaar. Er geldt dus geen aftrekdrempel en geen aftrekplafond.

Bijvoorbeeld: indien een periodieke gift wordt gedaan van 5 x € 1.000 gedurende vijf jaar is elk jaar € 1.250 (€ 1.000 x multiplier van 1,25) aftrekbaar van het inkomen zonder dat deze aftrek wordt begrensd door een drempel of plafond. Een eenmalige gift die in een jaar wordt gedaan is wel onderworpen aan de aftrekdrempel en het aftrekplafond. De drempel bedraagt 1% van het verzamelinkomen (totale inkomen box I, II en III); het plafond 10% van het verzamelinkomen.

Het plafond mag wel worden verhoogd met de extra aftrek van 25%. De multiplier van 125% is uitsluitend van toepassing op giften aan Culturele ANBI’s, zoals de Stichting Visserij Historie Middelharnis. In beide gevallen wordt de verhoging van 25% toegepast over een maximale gift van € 5.000.

Voorbeeld: bij een gift van € 6.000 bedraagt de verhoging € 1.250. zijnde 25% van € 5.000. Totaal is dan aftrekbaar € 7.250.

N.B De bedragen die hier vermeld worden zijn gebaseerd op de gegevens afkomstig van de Belastingdienst begin 2021.

Een periodieke schenking kan bijvoorbeeld in de vorm van een fiscaal aantrekkelijke lijfrente voor minimaal vijf achtereenvolgende jaren worden gedaan. Dat gaat dan op basis van een schriftelijke overeenkomst met de Stichting Visserij Historie Middelharnis en de belastingdienst. De betreffende formulieren zijn bij de Belastingdienst opvraagbaar.

Bijlage 5: Voorbeeld certificaat van deelname MD3

MD3, SVHM, Middelharnis, Historische Schepen, SCHOKKER, Stichting Visserij Historie Middelharnis
BESTEL HIER UW SCHEEPSPART